MANGOD  
 

De weddenschap
 
Het is kerstavond. Het sneeuwt. Het café is buiten het koppel leeg. Het koppel zit aan de hoek van de toog. De man en de vrouw hebben elk een vol en een halfvol glas bier voor zich staan. De man en de vrouw zijn allebei dronken.
Gaan we zodadelijk naar huis, zegt de man.
Straks, zegt de vrouw. Straks.
Ik heb zin in frieten, zegt de man. Ik wil naar huis.
Ik heb ook zin in frieten, zegt de vrouw. Maar ik wil nog niet naar huis.
Mmm, frieten, zegt de man. Lekker.
Mmm, bier, zegt de vrouw en ze drinkt het halfvolle glas in één teug leeg.
Je bent weer dronken, zegt de man.
Dronken, dronken, ík, zegt de vrouw. Kijk naar jezelf. Kijk naar jezelf.
De man drinkt het halfvolle glas ook in één teug leeg.
Ik heb zin in frieten, zegt hij en hij neemt een grote teug van het volle glas.
Ik heb zin in bier, zegt de vrouw. Het smaakt me, vanavond, het bier. Ik weet niet waarom, maar het smaakt me. Misschien omdat het kerstavond is. Ik weet het niet. Ik zou het niet weten. Ze drinkt het volle glas halfleeg.
Drinken kun je wel, zegt de man en hij neemt een grote slok.
Kijk naar jezelf, zegt de vrouw. Kijk naar jezelf. Myriam, krijg ik nog een biertje, roept ze naar het barmeisje.
Ik kom zo, een minuutje, zegt het barmeisje. Ik ben hier even bezig. Ik kom zo.
Nóg een glas, zegt de man. Toch niet nóg een glas. Ik wil naar huis, zegt hij.
Drink ook nog een biertje mee, zegt de vrouw. Het laatste, zegt ze. Komaan, drink nog één biertje mee.
Neen, ik ben weg, zegt de man. Ik ga naar huis. Je komt maar na.
Komaan, drink nog één biertje mee, zegt de vrouw. Het allerlaatste. Het aller allerlaatste.
Neen, zegt de man. Ik heb genoeg gedronken. Ik ga naar huis. Ik heb honger. Je komt maar na.
Nog één biertje, zegt de vrouw. Het allerlaatste, zegt ze. Komaan, nog één biertje. Het allerlaatste. Het aller aller állerlaatste.
Vooruit dan, nog één dan, zegt de man. Het allerlaatste dan. Het állerlaatste. En dan ben ik weg.
En dan ga ik mee, zegt de vrouw. Dan zijn we weg. Myriam, maak daar maar twee biertjes van, roept ze naar het barmeisje.
Ik kom zo, zegt het barmeisje. Ik ben hier dadelijk klaar. Ik kom zo.
Fijn dat je nog een biertje meedrinkt, zegt de vrouw.
Het allerlaatste, zegt de man. Dat is echt het allerlaatste. Ik heb honger, zegt hij. Ik heb zin in frieten.
Frieten met currysaus, mmm, zegt de vrouw. Frieten met currysaus.
En een hamburger, zegt de man.
En een hamburger, zegt de vrouw. Lekker. Mmm.
Drinken kun je, zegt de man. Maar eten, dat kun je misschien nog beter.
Frieten met currysaus en een hamburger met ketchup, mayonaise en ui, zegt de vrouw. Heerlijk.
Drinken kun je, maar eten kun je nog beter, zegt de man.
Bedoel je dat ik te dik ben, zegt de vrouw.
Je bent niet bepaald slank, zegt de man.
Ik ben toch niet te dik, zegt de vrouw.
Slank ben je toch niet, zegt de man. Slank ben je helemáál niet.
Dat is jouw schuld, zegt de vrouw. Altijd maar frieten en frieten en frieten. Dat is jouw schuld dat ik zo dik ben. Frieten, frieten, frieten.
Je drinkt gewoon te veel, zegt de man. Daar zwel je van op.
En van jouw frieten zwel ik zeker niet op, zegt de vrouw. Daar zwel ik zeker niet van op, van jouw frieten.
Je móet geen frieten eten, zegt de man.
Hahaha, ik frieten voor jou bakken, en dan zou ik er niet van mogen eten.
Je móet er niet van eten.
Je denkt dat dat gemakkelijk is, met mijn neus boven de frietketel hangen en gek worden van die geur en er dan niet van mogen eten.
Je drinkt te veel, zegt de man.
Wedden dat het me lukt om tegen het midden van volgend jaar twintig kilo af te vallen, zegt de vrouw.
Je drinkt veel te veel, zegt de man. Daar zwel je van op.
Wedden dat het me lukt om tegen het midden van volgend jaar twintig kilo af te vallen, zegt de vrouw. Wedden?
Wedden van niet, zegt de man.
Ik meen dat, zegt de vrouw. Ik meen dat echt. Ik wil echt wedden.
Dan verlies je, zegt de man. Als we wedden, dan verlies je.
Ik wil wedden, zegt de vrouw. Ik wil écht wedden.
Om wat wil je dan wedden, zegt de man.
Als ik geen twintig kilo afval, dan mag jij je die Suzuki Intruder kopen, zegt de vrouw.
Wablief, zegt de man.
Als ik geen twintig kilo afval, mag jij je die Suzuki Intruder kopen, zegt de vrouw.
Dat méén je niet, zegt de man.
Dat meen ik wel, zegt de vrouw. Dat meen ik wél.
Die weddenschap verlies je, zegt de man.
Die win ik, zegt de vrouw. Die weddenschap win ik. Tegen midden volgend jaar weeg ik twintig kilo minder, zegt ze.
Als dat je lukt, dan laten we nieuwe ramen plaatsen, zegt de man.
Echt waar, zegt de vrouw.
Echt waar, zegt de man.
Pvc-ramen?
Jij mag kiezen, zegt de man.
Met dubbel glas?
Jij kiest, zegt de man.
Daar wed ik om, zegt de vrouw. Wedden we?
Oké, zegt de man. We wedden.
De man steekt zijn hand uit, de handpalm naar boven. De vrouw slaat er met haar handpalm op. Dan draait de vrouw haar hand om en slaat de man op de handpalm van de vrouw.
We hebben gewed, zegt de vrouw.
We hebben gewed, zegt de man.
Dat moeten we op papier zetten, zegt de vrouw.
Dan zetten we dat toch op papier, zegt de man.
We zetten dat nú op papier, zegt de vrouw. We vragen Myriam als getuige. Myriam, kom je even, als je klaar bent, roept ze naar het barmeisje.
Het barmeisje komt naar hen toe en zet twee glazen bier voor hen neer.
Dank je wel, Myriam, zegt de vrouw. Zou je ons willen helpen, zegt ze. Wil je onze getuige zijn?
Jullie getuige, zegt het barmeisje.
Ja, onze getuige, zegt de vrouw. Piet en ik hebben een weddenschap afgesloten. Nu willen we dat op papier zetten en we willen dat jij onze getuige bent. Wat denk je, wil je onze getuige zijn?
Waarom niet, zegt het barmeisje. Waarover gaat het, vraagt ze.
Als ik tegen midden volgend jaar twintig kilo vermager, krijg ik nieuwe ramen, zegt de vrouw.
En als dat niet zo is, dan mag ik me een nieuwe motor kopen, zegt de man.
Twintig kilo, zegt het barmeisje.
Ja, twintig kilo, zegt de vrouw.
Een Suzuki Intruder, zegt de man.
Twintig kilo, dat is niet niks, zegt het barmeisje.
Dat lukt me wel, zegt de vrouw. Dat lukt me wel.
Een Suzuki Intruder, zegt de man.
Je wilt dus getuige zijn, zegt de vrouw.
Waarom niet, zegt het barmeisje. Zal ik het voor jullie opschrijven, zegt ze.
Heb je pen en papier, zegt de vrouw.
Een Suzuki Intruder, zegt de man. Een Suzuki Intruder.
De vrouw drinkt het halfvolle glas leeg en neemt een slok van het volle. De man volgt haar voorbeeld.
Myriam, wil je eerst nog twee biertjes tappen, zegt de man. Voordat je begint te schrijven.
Wedden dat me dat lukt, twintig kilo afvallen, zegt de vrouw. Wedden, wedden, zegt ze. Wedden dat me dat lukt?
We hebben toch al gewed, zegt de man.
Wedden, wedden, zegt de vrouw.
We hebben al gewed, zegt de man.
Wedden, zegt de vrouw.
Het barmeisje komt terug met twee glazen bier en een vel papier. Twintig kilo is niet niks, zegt ze.
Dat lukt me wel, zegt de vrouw.
Dat lukt je nooit, zegt de man.
Dat lukt me wél, zegt de vrouw. Dat lukt me wél. Je zal zien. Myriam, schrijf op. Jenny en Piet wedden dat Jenny twintig kilo afvalt, tegen, tegen. Tegen wanneer, vraagt ze. Tegen wanneer precies?
Tegen begin juli, zegt de man.
Jenny en Piet wedden dat Jenny twintig kilo afvalt tegen begin juli, zegt de vrouw. Heb je dat, Myriam, zegt ze.
Het barmeisje knikt en herleest de zin.
Als dat niet lukt, zegt de man, dan mag Piet zich een nieuwe motor kopen. Een Suzuki Intruder. Staat het erop, Myriam, zegt hij. Hij drinkt van zijn bier.
Motor kopen. Een Suzuki Intruder, zegt het barmeisje, terwijl ze schrijft. Ze knikt en herleest wat ze tot nu toe geschreven heeft.
Als Jenny er wel in slaagt om twintig kilo af te vallen, zegt de vrouw, dan krijgt Jenny nieuwe ramen. Pvc en dubbel glas, zegt ze. Ze drinkt haar glas leeg.
Niet te vlug, zegt het barmeisje.
Als Jenny er wel in slaagt om twintig kilo af te vallen, dan krijgt Jenny nieuwe ramen. Pvc en dubbel glas, herhaalt de vrouw. Heb je dat, Myriam?
Nieuwe ramen. Pvc en dubbel glas, zegt het barmeisje, terwijl ze schrijft. Ze knikt en herleest alles.
Dat was het, zegt de vrouw. Nu nog de datum en onze handtekeningen.
Moet daar ook niet jouw gewicht op staan, Jenny, zegt het barmeisje.
Natuurlijk, zegt de man. Daar moet natuurlijk ook jouw gewicht op staan.
Ik begin na nieuwjaar met mijn dieet, zegt de vrouw. Na nieuwjaar begin ik. De tweede januari begin ik. Ik sms je mijn gewicht dan wel. Geef me straks je telefoonnummer maar. Ik sms je mijn gewicht de tweede januari.
Dat was het dan, zegt het barmeisje. Wacht, ik schrijf het even over en laat plaats open voor je gewicht.
Tap je er eerst nog twee, Myriam, zegt de man.
De laatste, zegt de vrouw. Ik heb honger, zegt ze. Ik heb zin in frieten.
De laatste, zegt de man. We gaan zodadelijk naar huis, zegt hij.
Nog één week goed eten en drinken, en dan begin ik eraan, zegt de vrouw. Fruit, rauwe groente en water. Nog één week, en ik begin eraan.
Dat gaat je nooit lukken, zegt de man. Twintig kilo vermageren op een half jaar tijd. Dat gaat je nooit lukken. Zie je me al rijden op mijn Intruder?
Vergeet die Intruder, zegt de vrouw. Zet die maar uit je hoofd. Nieuwe ramen voor mij. Pvc en dubbel glas.
Dat gaat je niet lukken, zegt de man.
We zullen zien, zegt de vrouw.
We zullen zien, zegt de man. Hij drinkt zijn glas bier leeg.
We zullen zien, zegt de vrouw. We zullen zien.
Het barmeisje komt terug met twee glazen bier en een vers vel papier. Ik ben benieuwd wie de weddenschap gaat winnen, zegt ze.
Je komt me maar bezoeken, Myriam, als mijn nieuwe ramen er in staan, zegt de vrouw. Je komt me maar bezoeken.
Je komt maar mee voor een ritje achterop, Myriam, zegt de man. Op mijn Intruder.
Vergeet die Intruder maar, zegt de vrouw. Zet die maar uit je hoofd. Ze drinkt haar glas halfleeg.
Ik ben echt benieuwd wie die weddenschap gaat winnen, zegt het barmeisje. Ze schrijft ondertussen de tekst over.
Een Suzuki Intruder, zegt de man. Een Suzuki Intruder, zegt hij. Hij drinkt van zijn bier.
En de frietketel vliegt buiten, zegt de vrouw. Als je nog frieten wilt, dan haal je ze maar bij Jobbe op de hoek, zegt ze. De frietketel vliegt buiten.
Je doet met die frietketel wat je wilt. Ik ga wel naar Jobbe, zegt de man.
En je frieten eet je daar maar op ook. Op een kruk. Aan de toog.
Waarom daar, zegt de man. Ik kijk liever teevee terwijl ik eet.
Je frieten eet je dáár op. Die geur van frieten komt het huis niet meer binnen. Gek word ik van die geur. Gek word ik ervan. Dan lukt het me nooit, als je met die frieten thuis komt. Dan lukt het me nooit om twintig kilo af te vallen. Je frieten eet je bij Jobbe op. Aan de toog. Op een kruk.
Dat zien we dan wel, zegt de man.
Je frieten eet je bij Jobbe of de weddenschap gaat niet door, zegt de vrouw. Je frieten eet je bij Jobbe op.
Dat zien we dan wel, zegt de man. Hij drinkt van zijn bier.
Ik ben klaar, zegt het barmeisje. Zal ik lezen wat ik heb geschreven, zegt ze.
Lees maar, zegt de man.
Ja, lees maar, zegt de vrouw.
Het barmeisje leest voor wat ze geschreven heeft. Jenny en Piet wedden dat Jenny twintig kilo afvalt tegen begin juli, leest ze. Als dat niet lukt, dan mag Piet zich een nieuwe motor kopen. Een Suzuki Intruder. Als Jenny er wel in slaagt om twintig kilo af te vallen, dan krijgt Jenny nieuwe ramen. Pvc en dubbel glas. Het gewicht van Jenny op twee januari is punt punt punt. Opgemaakt te Zemmeren, enzovoort, enzovoort. Nu moeten we alledrie nog tekenen, zegt ze. En dan steek ik dit blad hier goed weg.
Kun je daar nog iets onder schrijven, zegt de vrouw. Kun je daar nog onder schrijven, Piet haalt én eet zijn frieten in de frituur op de hoek, bij Jobbe. Kan dat er nog bij, Myriam? Piet haalt én eet zijn frieten in de frituur op de hoek, bij Jobbe.
In de frituur op de hoek, bij Jobbe, zegt het barmeisje, terwijl ze schrijft. Het staat er al op, Jenny, zegt ze. Dat is al gebeurd. Nu moeten we alledrie nog tekenen.
Een Suzuki Intruder, zegt de man.
Vergeet die Intruder maar, zegt de vrouw. Vergeet die maar. Zet die maar uit je hoofd. Vanaf volgende week eet ik alleen nog maar fruit en rauwe groente. En drink ik alleen nog maar water. Geen frieten meer, geen bier meer. Die twintig kilo, die gaan er vanaf vliegen. Die ben ik nog vóór juli kwijt. Je zal zien. Vanaf volgende week begin ik eraan.
Een Suzuki Intruder, zegt de man.
Zet die Intruder maar snel uit je hoofd, zegt de vrouw.
Zullen we nu alledrie tekenen, zegt het barmeisje. Dan steek ik dit blad hier ergens goed weg.
De man en de vrouw en het barmeisje zetten hun handtekening onderaan het blad.
Je zal zien, zegt de vrouw. Die twintig kilo vliegen er vanaf. Die vliegen er zó vanaf. Geen frieten meer en geen bier meer.
Ik ben benieuwd, zegt het barmeisje. Ik ben echt benieuwd wie die weddenschap gaat winnen.
Komaan, drink je bier uit, zegt de vrouw tegen de man. Drink je bier uit. Ik heb zin in frieten.
Ik ook, zegt de man.
Mmm, frieten met currysaus, zegt de vrouw.
Lekker, zegt de man.
Mmm, lekker, zegt de vrouw.
En een hamburger, zegt de man.
Mmm, een hamburger met ketchup en mayonaise en ui. Mmm, lekker, zegt de vrouw. Lekker, zegt ze.
Lekker, zegt de man.
Zijn we weg, zegt de vrouw.
We zijn weg, zegt de man. Hij drinkt zijn glas bier leeg.
We zijn weg, zegt de vrouw. We zijn weg. Ook zij drinkt haar glas leeg. Mmm, frieten met currysaus en een hamburger met ketchup, mayonaise en ui, zegt ze. Mmm, lekker. Mmm, heerlijk.
Lekker, zegt de man.
De man en de vrouw trekken hun jas aan.
Dag Myriam, zegt de man.
Ik sms je mijn gewicht na nieuwjaar, zegt de vrouw. Schrijf je je nummer nog even op? Ik sms je mijn gewicht de tweede.
Het barmeisje schrijft haar telefoonnummer op een bierviltje. Ik ben benieuwd wie die weddenschap gaat winnen, zegt ze. Ik ben echt benieuwd.
Dag Myriam, zegt de man.
Dag Myriam, zegt de vrouw.
Tot binnenkort, zegt het barmeisje. En een zalig kerstfeest.
Jij ook, zegt de man.
Ja, jij ook, Myriam, zegt de vrouw. Jij ook. Zalig kerstfeest.
Ik ben benieuwd wie gaat winnen, zegt het barmeisje.
Dag Myriam, zeggen de man en de vrouw in koor.
Ik ben echt benieuwd, zegt het barmeisje.
De man en de vrouw verlaten het café.
Ik ben echt benieuwd, zegt het barmeisje zachtjes. Echt benieuwd.