MANGOD  
 

Dorothea

Een kapperszaak in een klein provinciestadje. De kapper kapt een vrouw. Onder de ronkende haardroger zit nog een vrouw. Een derde vrouw komt binnen.
Goedemiddag Dorothea, zegt de kapper.
Hallo Dorothea, roept de vrouw onder de haardroger.
Dag Dorothea, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Goeiemiddag allemaal, zegt Dorothea. Ze klinkt bedrukt.
Alles goed, Dorothea, vraagt de kapper.
Pff, blaast Dorothea.
Pff, blaast de kapper.
Ja, pff, blaast Dorothea.
Die pillen die je slikt, die schijnen precies niet echt te helpen, zegt de kapper.
Die pillen, zegt Dorothea. Die pillen? Pff, blaast ze weer.
Moet je pillen innemen tegenwoordig, Dorothea, vraagt de vrouw die gekapt wordt.
Pillen, pillen, zegt Dorothea. Píllen? Antidepressiva, neuroleptica, kalmeerpillen, slaappillen, noem maar op. Ik heb ze thuis allemaal liggen. In alle kleuren, van klein naar groot. Ze liggen allemaal thuis.
Wat, roept de vrouw onder de haardroger.
Dorothea moet veel pillen slikken, roept de vrouw die gekapt wordt.
Wat, roept de vrouw onder de haardroger. Moet je geen pillen meer slikken, Dorothea?
Nee, ze moet juist veel pillen slikken, roept de kapper.
Als het zonder pillen gaat, des te beter, roept de vrouw onder de haardroger.
Je slikt zoveel pillen en toch gaat het niet, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Pff, blaast Dorothea.
Het gaat precies écht niet, zegt de kapper.
Ja, het is beter om wat pillen te slikken als het niet gaat, roept de vrouw onder de haardroger. Maar als het zonder gaat, des te beter. Die pillen helpen je een beetje op weg. Met mij gaat het ook beter sinds ik antidepressiva neem. Binnenkort stop ik er misschien ook mee.
Mijn vriend slikt ook al een tijd antidepressiva, zegt de kapper. Frédéric slikt ook al een hele tijd antipressiva. Maar die werkten pas na een dikke maand. Na een heel dikke maand begonnen die pillen pas te werken.
Ja, bij mij ook, roept de vrouw onder de haardroger. Na een paar dagen ging het al beter. Wonderpillen zijn dat, die antidepressiva. Echte wonderpillen.
Pff, blaast Dorothea.
Daar heb ik gelukkig nog nooit last van gehad, van een depressie, zegt de vrouw die gekapt wordt. Nog nóóit.
Voordat ik Frédéric leerde kennen, zag ik het regelmatig niet zitten, zegt de kapper.
Ik ben nog nooit depressief geweest, zegt de vrouw die gekapt wordt. Ik weet niet wat dat is, een depressie.
Voordat ik Frédéric leerde kennen, was ik eigenlijk heel ongelukkig, zegt de kapper.
Dat heb ik altijd gedacht, roept de vrouw onder de haardrager.
Wat, roept de kapper.
Dat je altijd een gelukkig mens bent geweest, roept de vrouw onder de haardroger.
Ik ben altijd ongelukkig geweest, roept de kapper. Totdat ik Frédéric leerde kennen. Heel ongelukkig.
Dat heb ik altijd al gedacht, dat je altijd een heel gelukkig mens bent geweest, roept de vrouw onder de haardroger.
Ik weet niet wat een depressie is, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Pff, blaast Dorothea.
Ik weet echt niet wat dat is, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Pff, blaast Dorothea.
Ik heb nog nooit een depressie gehad, zegt de vrouw die gekapt wordt. Maar toen mijn eerste lief het uitmaakte, toen ben ik een hele tijd ongelukkig geweest.
Je zei toch dat je niet wist wat een depressie was, zegt Dorothea.
Neen, dat weet ik niet, zegt de vrouw die gekapt wordt. Behalve toen mijn eerste lief het uitmaakte. Toen ben ik heel ongelukkig geweest. Toen was ik misschien wel depressief, denk ik.
Je weet dus wel wat een depressie is, zegt Dorothea.
Toen mijn eerste lief het uitmaakte, heb ik me wel een hele tijd heel slecht gevoeld, zegt de vrouw die gekapt wordt. Héél slecht.
Je weet dus wél wat een depressie is, zegt Dorothea.
En toen Julien, mijn eerste man, ervandoor ging met die blonde troela, toen heb ik ook last gehad van een depressie, denk ik, zegt de vrouw die gekapt wordt. Toen bestond dat nog niet, antidepressiva, denk ik. Toen bestond dat nog niet, anders had mijn huisdokter me wel een antidepressivum voorgeschreven, denk ik. Toen was ik er erg aan toe. Toen Julien ervandoor ging met die blonde troela. Met die blonde troela. Toen had ik een serieuze depressie, denk ik.
Ik wist niet dat je al antidepressiva hebt genomen, Magda, roept de vrouw onder de haardroger.
Ik heb nog nooit een antidepressivum geslikt, roept de vrouw die gekapt wordt terug.
Dat wist ik echt niet, dat je al antidepressiva hebt genomen, roept de vrouw onder de haardroger.
Laat maar, roept de vrouw die gekapt wordt.
Frédéric heeft me gered, zegt de kapper.
Even is het stil. Alleen de haardroger ronkt. Dan blaast Dorothea luid.
Pff, blaast ze.
Het is aan jou te zien, Dorothea, roept de vrouw onder de haardroger. Het is aan jou te zien dat het al stukken beter gaat. Je ziet er echt goed uit. Dat is een goeie zaak dat je gestopt bent met al die pillen. Een hele goeie zaak.
Pff, blaast Dorothea luid.
Het is echt aan jou te zien, Dorothea, roept de vrouw onder de haardroger.
Hoelang neem je al al die pillen, Dorothea, vraagt de kapper.
Ik moet ze al vijf maanden nemen, zegt Dorothea.
Vijf maanden, zegt de kapper.
Vijf maanden, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Vijf maanden al, zegt Dorothea. En ik voel me nog altijd rotslecht. Ze blaast luid. Pff, blaast ze.
Ja, het is je echt aan te zien dat het al stukken beter gaat, Dorothea, roept de vrouw onder de haardroger.
Pff, blaast Dorothea.
Je ziet er echt beroerd uit, zegt de kapper.
Ja, je ziet er niet goed uit, Dorothea, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Ja, toch, roept de vrouw onder de haardroger. Ze ziet er goed uit, onze Dorothea. 't Is te zien dat ze het goed maakt.
Pff, blaast Dorothea.
En je slikt die pillen al vijf maanden, zegt de kapper.
Ik moet ze al vijf maanden slikken, zegt Dorothea.
Vijf maanden, zegt de vrouw die gekapt wordt. Vijf maanden, dan zouden die toch wel stilletjes aan mogen beginnen werken.
Al vijf maanden, zegt Dorothea. Ze blaast luid. Pff, blaast ze.
Ja, dan zouden die al lang moeten werken, zegt de kapper.
Ja, het is te merken, Dorothea, dat je gestopt bent met al die pillen, roept de vrouw onder de haardroger. Je ziet er veel beter uit. Véél beter.
Bij Frédéric begonnen die pillen pas na een maand te werken, zegt de kapper. Een dikke maand, toen begonnen die pillen pas te werken. Hij was opeens veel beter gezind. Na een dikke maand. En hij begon toen ook terug te lachen.
Bij mij werkten die antidepressiva ook na een paar dagen, roept de vrouw onder de haardroger. Een paar dagen nadat ik ermee begon, voelde ik me al stukken beter. Stúkken beter. Echte wonderpillen, die antidepressiva. Echte wonderpillen.
Vijf maanden, zegt de vrouw die gekapt wordt. Dat is al een hele tijd.
Ik haat die pillen, zegt Dorothea. Ik háát die echt.
Je haat die pillen, zegt de kapper.
Ik haat ze, zegt Dorothea. Ik haat ze écht.
Je mag blij zijn dat die pillen bestaan, zegt de vrouw die gekapt wordt. Anders was je er misschien nog veel erger aan toe.
Erger kán niet, zegt Dorothea.
Erger kan altijd, zegt de vrouw die gekapt wordt. Erger kan altíjd.
Ja, erger kan altijd, zegt de kapper.
Ja, erg dat je zoveel pillen moest nemen, roept de vrouw onder de haardroger. Heel erg. Maar dat is gelukkig voorbij, Dorothea. Het is je echt aan te zien dat het beter met je gaat. Je ziet er écht veel beter uit dan een tijdje geleden. Véél beter.
Pff, blaast Dorothea.
Slik je je pillen wel regelmatig, vraagt de kapper.
Ja, slik je die pillen wel regelmatig, zegt de vrouw die gekapt wordt. Je moet die pillen wel regelmatig innemen.
Slik je je pillen wel regelmatig, vraagt de kapper nog eens.
Die rotpillen, zegt Dorothea.
Rotpillen, zegt de kapper.
Je moet je pillen wel regelmatig innemen, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Rotpillen, zegt Dorothea.
Waarom rotpillen, vraagt de kapper.
Ik moet zoveel pillen slikken, zegt Dorothea. 's Morgens, 's middags en dan 's avonds en dan om vier uur en dan voor het slapen gaan.
Moest je zoveel pillen nemen, roept de vrouw onder de haardroger. Maar Dorothea toch, maar goed dat dat voorbij is. Maar goed dat dat verleden tijd is.
Je slikt ze toch wel regelmatig, die pillen, vraagt de kapper.
Dat is nodig, zegt de vrouw die gekapt wordt. Dat is nodig, anders werken die niet.
Daar zijn pillen bij, die zijn zo groot als een stuk van één euro, zegt Dorothea. Zo groot als een stuk van één euro. Die slik ik niet. Die heb ik nooit geslikt. En dat ben ik ook niet van plan. Die slik ik niet.
Die slik je niet, zegt de kapper.
Slik je die niet, zegt de vrouw die gekapt wordt.
Nee, die slik ik niet, zegt Dorothea. Als ik me héél, héél slecht voel, dan zoek ik tussen mijn pillen en dan zoek ik er het kleinste pilletje tussenuit en dat slik ik dan. Alleen als ik me héél, héél slecht voel. Alleen dan.
Dat is de bedoeling niet, zegt de kapper.
Neen, dat is de bedoeling niet, zegt de vrouw die gekapt wordt. Dat is niet goed. Je moet die pillen regelmatig innemen. Zoals de psychiater dat voorschrijft.
Ja, je moet die pillen regelmatig innemen, zegt de kapper.
Ja, dat is goed dat je gestopt bent met al die pillen, Dorothea, roept de vrouw onder de haardroger. Een goeie zaak is dat. Je hebt een goede psychiater. Misschien moet ik die óók nemen. Misschien moet ik van psychiater veranderen. Welke psychiater heb je? Wie is je psychiater, Dorothea?
Je slikt dus alleen af en toe het kleinste pilletje, zegt de kapper.
Wie is je psychiater, roept de vrouw onder de haardroger.
Je slikt dus alleen af en toe het kleinste pilletje, zegt de kapper.
Dorothea knikt. Als ik me echt héél, héél slecht voel, zegt ze.
En weet je psychiater dat, vraagt de vrouw die gekapt wordt.
Je hebt toch geen psychiater nodig, Magda, roept de vrouw onder de haardroger.
Neen, ik heb geen psychiater nodig, roept de vrouw die gekapt wordt terug.
Je hebt geen psychiater nodig, roept de vrouw onder de haardroger.
Ach, laat maar, roept de vrouw die gekapt wordt. Weet je psychiater dat je je pillen niet slikt, zegt ze tegen Dorothea.
Je slikt dus alleen maar af en toe het kleinste pilletje, Dorothea, zegt de kapper.
Dorothea knikt. Alleen als ik me heel, heel slecht voel, zegt ze. Dan alleen. Alleen dan. Alleen als het écht niet gaat.
Iedereen zwijgt. Dan zwijgt de haardroger ook.
Zo, Bernadette, je mag van onder de haardroger uit, zegt de kapper. En Magda, met jou ben ik ook klaar. Dorothea, je mag zodadelijk hier komen zitten. Eerst eventjes Bernadette afwerken. Ik ben dadelijk klaar. Eerst Bernadette afwerken, dat is zo gebeurd. Wat moet er met je haar gebeuren, Dorothea?
Pff, blaast Dorothea luid.
Wat scheelt er, Dorothea, zegt de vrouw onder de haardroger. Waarom zucht je? Het gaat toch zo goed met jou. Wat scheelt er?