MANGOD  
 

DRANKZUCHT EN APATHIE.

Kerel zit in een zeer ongemakkelijke stoel, op een tussenver-die-ping, ergens in een buitenwijk van een grote stad. Tralies voor de hoge vensters. Ramen die potdicht zijn, hoewel het uitzon-derlijk warm is. De kerel zit er al twintig minuten. Hij snakt naar een sigaret. En, vooral, hij snakt naar een borrel. Twintig minuten. Het wachten op de psychiater duurde altijd langer dan het onderhoud met hem.
De deur gaat open. Een ietwat sullige veertiger, kromme rug, stijf been, strenge blik, verschijnt in de deuropening.
ARTS : Zo, mijnheer Bulovski, komt u maar binnen. Kom maar binnen, mijnheer Bulovski.
Kerel schrijdt naar binnen terwijl de psychiater opzij mankt.
KEREL : Dag dokter.
ARTS : Zo, mijnheer Bulovski, ga maar zitten. Ga maar zitten, mijnheer Bulovski.
Kerel haalt een doosje uit zijn hemdszakje en plaatst het op de overvolle tafel. Het doosje bevat een ampule, die in zijn rechterbil zal worden gespoten.
ARTS : En, mijnheer Bulovski, wat nieuws ? Wat nieuws, mijnheer Bulovski ?
KEREL : Niets bijzonders, dokter.
ARTS : Niet gespannen, mijnheer Bulovski ? Toch geen span-ningen, mijnheer Bulovski ?
KEREL : Neen, dokter. Ik verveel me wel dood, nu dat die lessen afgelopen zijn. Die vakantie toch.
De psychiater schuift zijn bril iets naar beneden. Hij klikt tweemaal met het topje van zijn goedkope balpen. Jongeman grijpt naar de zakdoek in zijn linkerbroekzak.
ARTS : En mijnheer Bulovski, de drank ? Kunnen we daar vanaf blijven ? Hoe zit het met de drank, mijnheer Bulovski ? We blijven er toch vanaf ?
Kerel snuit zijn neus. Het gesnuit neemt enige tijd in be-slag. Dokter haalt de bril van zijn neus.
KEREL : De drank ? Geen probleem, dokter. Ik probeer me bezig te houden door wat te lezen. Maar soms dokter, dan heb ik er gewoon geen zin in, en dan verveel ik me. De lessen dokter, ik mis ze zo. Die verdomde vakantie toch.
ARTS : Ja, mijnheer Bulovski, structuur heeft u nodig. Een gestructureerd leven heeft u nodig, mijnheer Bulovski.
Jongeman steekt de zakdoek weg. De dokter zet zijn bril weer op.
ARTS : En hoe gaat het met de therapieën in de voormid-dag, mijnheer Bulovski ? Hoe gaat het met de therapieën ? Werken we nog mee ? We werken toch nog mee, mijnheer Bulovski ?
KEREL : Dat gaat wel, dokter.
Nu en dan staart de psychiater naar de zoldering, waarna hij razendsnel wat korte zinnen in Bulovski's dossier noteert.
ARTS : En de vermoeidheid, mijnheer Bulovski ? De ver-moeid-heid, hoe zit het daarmee, mijnheer Bulovski ?
KEREL : Vermoeidheid, daar heb ik niet zo'n last meer van, dokter. 't Is juist als ik me verveel dat ik op bed ga liggen en in slaap val.
De psychiater schuift zijn bril naar beneden en klikt met het topje van zijn pen. Kerel grijpt in zijn linker-broek-zak.
ARTS : Maar de drank, daar kunnen we vanaf blijven, mijnheer Bulovski ? De drank, daar blijven we toch vanaf ? Of niet ? Of toch niet, mijn-heer Bulovski ?
Kerel heeft opeens weer last van een druipende neus. Ook ditmaal duurt het gesnuit erg lang. Zorgvuldig propt hij de zakdoek terug. Even is het doodstil.
KEREL : De drank, dokter, ik denk er niet meer aan. Ik heb even overwogen om van dat alcoholvrij bier in huis te halen, maar dat doe ik niet. Wat ik misschien wel ga doen is me een videorecorder aanschaffen. Kan ik naar films kijken, zoveel als ik wil. Maar films, dat zegt me niet zo veel. Het zijn die lessen die ik mis, dokter. Die taallessen. Dat Noors en dat Zweeds.
ARTS : En Deens ? Waarom geen Deens gestudeerd, mijnheer Bulovski ? Of Fins ? Op uw eentje. Dat moet toch gaan. Waarom beginnen we geen Deens te stu-deren ? Of Fins ? Met behulp van cassettes en degelijke studie-boeken. Op uw eentje, dat zal wel gaan. Deens, mijnheer Bulovski. Of Fins.
KEREL : Zegt me niks, dokter.
De arts neemt het doosje op en haalt er de ampule uit. Het omhul-sel en de bijsluiter mikt hij naar de papiermand. Hij mist.
ARTS : Dan gaan we nu de praktische kant van de zaak aanpak-ken, mijnheer Bulovski. Dan maar over naar het prak-tisch werk, mijnheer Bulovski.
Hij mankt naar het aangrenzend kamertje. Even is het geluid van glas op metaal hoorbaar. De jongeman wordt plots wat alerter, richt de blik op zijn dossier en probeert wat de arts heeft neergekrabbeld te ontcij-feren. "Apathie !" leest hij. "Drank-zucht ? " staat er ook.
Iets later, de spuit is gezet, zitten ze weer tegenover el-kaar, aan de met vakliteratuur en dossiers bezaaide tafel.
ARTS : En dan nu het papierwerk, mijnheer Bulovski. Een nieuwe afspraak gaan we vastleggen. En de medicatie voor-schrij-ven. Dan maar over naar het papierwerk, mijnheer Bu-lovski. De af-spraak en de medicatie.
Hij neemt zijn bril af en weer begint hij met het topje van zijn balpen te klikken. De hand schiet naar de linkerbroek-zak.
ARTS : Tegen het drinken moet ik dus niets voorschrijven, mijnheer Bulovski ? De drank, daar hebben we geen problemen meer mee, mijnheer Bulovski ? Tegen het
De rest van de zin gaat verloren in een neussnuiterij van jewel-ste. Niet alleen het gesnuit duurt erg lang. Ook voor het wegstoppen van de zakdoek neemt de kerel zijn tijd. De arts zet zijn bril op.
KEREL : Drinken zegt me absoluut niets meer, dokter. Heb ik helemaal geen last meer van.
De arts overhandigt zijn cliënt enige vellen papier, staat wankelend op en bereikt -het lijkt wel waggelend- de deur. De slome kerel volgt hem. Aan de deur reikt de dokter hem de hand. Zoals altijd kijkt de kerel de andere kant op als hij de slappe hand schudt.
ARTS : Het beste, mijnheer Bulovski. Het beste. En tot de volgende maand. Tot de volgen-de maand, mijnheer Bulovski.