MANGOD  
 

Een middag met Evelyne
 
Het is maandagmiddag halftwee en ik lig nu al een uurtje in de sofa.  Ik lees Microslaven van Douglas Coupland, een steengoed boek.  De telefoon rinkelt.  Het is Evelyne, een blonde schoonheid van zevenentwintig.
‘Heb je zin om iets te gaan drinken?’ vraagt ze stilletjes.  ‘Het gaat heel slecht met mij.’  Ze klinkt erg bedrukt.
Ik zeg niets.  Het verrast me dat Evelyne belt.  Ze doet dat niet vaak.
‘Het gaat heel slecht met mij,’ herhaalt Evelyne.
‘Als het zo zit, laten we dan iets gaan drinken,’ zeg ik.
Evelyne begint te huilen.
‘Ik ga eerst in bad.  Ik moet verhuizen,’ snikt ze.  ‘Ik ga eerst in bad en kom je dan uithalen.’  Ze zegt nog iets dat ik niet kan verstaan en hangt op.
Evelyne zal er een dik uur over doen, schat ik.  Ik blijf liggen en lees verder.
Ik krijg honger en eet drie boterhammen met kaas.  Wanneer ik terug in de sofa wil gaan liggen gaat de bel.
Evelyne kijkt me met betraande ogen aan.  Zo heb ik haar nog nooit gezien.
‘Hallo,’ mompelt ze.
‘Dag Evelyne, kom binnen,’ zeg ik.  Ik probeer opgewekt te klinken.
Op weg naar boven zegt ze niets.
‘Wil je een kop koffie?’ vraag ik haar.
‘Neen,’ mompelt ze, ‘we gaan toch iets drinken.’  Nerveus rommelt ze in haar tas en haalt een kleine cassetterecorder boven.
Ze laat zich in de sofa vallen en begint te huilen.  ‘Ik moet je iets laten horen.  Nu moet je eens luisteren,’ snikt ze en spoelt de tape terug.
‘Zullen we mijn stereo gebruiken om de cassette te beluisteren?’ stel ik voor.
Evelyne geeft me de cassette.  De kwaliteit van de opname is niet zuiver.  Het zijn een vijftal telefoongesprekken.  Ik kan er eerst niet veel uit opmaken.  Het is Kristof, Evelyne haar vriend, die naar tarieven van prostituees informeert.  Evelyne weet precies wat er op het bandje staat, ze prevelt alles mee wat Kristof zegt.
‘Spijtig dat ik niet kan horen wat ze aan de andere kant van de lijn zeggen,’ zucht ze wanneer het bandje afgelopen is.  Ze springt op en gaat terug zitten.  ‘Het zwijn.  Drie meisjes tegelijk wil hij.  Een van zestien, een van achttien en een van twintig.’
‘Hoe kom je aan die tape?’ wil ik weten.
‘Heeft Kristof opgenomen.  Hij hield die bij omdat hij er geil van werd.  Ik heb lang aan hem moeten sleuren voordat hij het toegaf,’ krijg ik als antwoord.
Ik wil de cassette nog eens beluisteren, maar durf het niet te vragen.
‘Dat zwijn.  Ik heb hem gisteren een bloedneus geslagen. Een harde klop op zijn neus en honderd slagen erna,’ briest ze.
Ik wil nog vragen of ze de slagen geteld heeft, maar doe het toch maar niet.
‘En dan durft hij nog zeggen dat er niets aan de hand is.  Dat hij nog nooit naar de hoeren is geweest.  De leugenaar.  Het was de eerste keer dat hij belde, heeft hij gezegd.  Hij is er nog nooit naar toe geweest.’
Evelyne is goed op dreef.  Ze staat op en gaat terug zitten.
‘Wie weet hoe lang dat al bezig is.  Het zwijn.  Er is niets aan de hand beweert hij.  Ik verhuis daar, ik blijf er niet.’  Ze veert op.  ‘Zijn we weg?  We gingen toch iets drinken.’  Ze grijpt haar tas en stopt de cassetterecorder weg.
Ik geef Evelyne de cassette terug en trek schoenen en een vest aan.
‘Weet je, 't heeft niets met SM te maken, maar ik heb graag dat ze aan mijn haar trekken wanneer ik vrij,’ flapt Evelyne eruit terwijl ik de veters van mijn schoenen knoop.  ‘Maar, dat wilde Kristof nooit doen.  Hij wil me geen pijn doen zegt hij altijd.  Wie weet wat hij bij die hoeren allemaal uitsteekt.  Het zwijn.’ Ik krijg een gevoel van gêne.
In de auto ratelt Evelyne verder.  Ze babbelt de korte rit vol, ik zeg niets.
‘En we vrijden elke dag.  Elke dag vrijden we.  Snap jij waarom hij naar die hoeren ging?  Het is niet dat ik nooit zin had om te vrijen.  Élke dag vrijden we!  Nooit hield hij rekening met mij.  Thuis heb ik handboeien liggen, maar die wilde hij me nooit aandoen.  Door de stad naast hem lopen zonder slipje aan, ja, dát deed ik wel voor hem.  Dát geilde hem op.  Weet je, hij heeft me eens gevraagd of ik op hem wilde plassen.  Heb ik natúúrlijk niet gedaan.  Bah, het zwijn.  Het zwijn!’
In de Munt, ons stamcafé, kiezen we een tafeltje aan het raam.  Evelyne trakteert me een koffie, voor zichzelf bestelt ze een cola.
‘Hij gaat me driehonderdduizend frank moeten betalen.  Voor bewezen diensten,’ snauwt Evelyne voordat ze drinkt.
Ik geloof dat ze het meent, ze klinkt erg beslist.
‘Die hoeren heeft hij ook betaald.  Dan moet hij mij ook maar betalen.  Weet je dat hij soms bevroren braadworsten in mij stak.  Wortelen ook.  Ze konden niet groot genoeg z
ijn.  Soms moest ik op zó'n hakken en in lingerie koken voor hem.  Dat geilde hem op.  Maar aan mijn haar trekken, ho maar.  Het zwijn.’
Ik krijg weer een gevoel van gêne.  Evelyne blijft verderrazen.
‘Weet je dat Kristof vroeger een trio heeft gedaan met de buren,’ onthult ze me.  ‘Dat heb ik nu pas gehoord.  Hij zegt dat ze lang hebben moeten zagen voordat ze hem zover kregen.  Toen ik de buurman ernaar vroeg, zei die dat hij het 's middags voorgesteld had en dat Kristof diezelfde avond al aan hun deur stond.  Een maniak is hij.  Pornofilms haalde hij ook in huis.  Die bekeek hij altijd in zijn eentje.  Nooit samen.’
Ze hapt naar adem en neemt een slok cola.  ‘Dat kan toch opwindend zijn, samen porno kijken,’ zegt ze.
Ze kijkt door het raam stormt naar buiten.
‘Daar loopt Nancy,’ roept ze nog vanuit de deuropening.
Ik staar in mijn lege kop koffie.  Evelyne komt, heftig gebarend terug binnen met Nancy.
‘Wat drinken we?’ vraagt Evelyne.
‘Koffie voor mij,’ zegt Nancy.
‘Niets,’ zeg ik.  ‘Ik ga de stad in.’
Buiten twijfel ik.  Rechtsaf of linksaf?  Naar Waldo of naar Juan?  Rechtdoor ga ik, ik ga naar huis.  In de sofa liggen, verderlezen in Microslaven.