MANGOD  
 

Het telefoonnummer
 
De man zit in het café. Hij is de enige klant. Hij heeft een glas whisky voor hem staan. Hij staart voor zich uit. Hij zucht, drinkt zijn glas leeg en staart naar de barman.
Krijg ik nog een whisky, zegt hij wanneer de barman zijn richting uitkijkt.
Komt eraan, Raf, zegt de barman. Hij schenkt een glas whisky uit en zet het glas voor de man neer.
Dank je wel, Arno, zegt de man. Hij kijkt de barman niet aan, hij staart voor zich uit.
En, Raf, zegt de barman. Alles goed?
Gaat wel, zegt de man. Hij neemt een slok van zijn whisky.
Gaat wel, zegt de barman.
Gaat wel, zegt de man. Hij zucht.
En hoe is het met Lava, vraagt de barman.
Weet ik niet, zegt de man.
Je weet het niet, zegt de barman.
Ik weet het niet, zegt de man.
Zijn jullie dan niet meer samen, vraagt de barman.
Nee, dat is gedaan, zegt de man.
Dat heeft ook niet lang geduurd, zegt de barman.
Neen, dat heeft niet lang geduurd, zegt de man.
Hoelang, vraagt de barman.
Niet lang genoeg, zegt de man.
Ik geloof je, zegt de barman. Ik geloof je.
Niet lang genoeg, zegt de man.
En hoe komt het dat het gedaan is, vraagt de barman.
Niet belangrijk, zegt de man.
Niet belangrijk, zegt de barman.
Dat is niet belangrijk, zegt de man.
Als jij het zegt, zegt de barman.
Dat is helemaal niet belangrijk, zegt de man. En zwijg er nu maar over.
Het ging toch goed, tussen jou en Lava, zegt de barman.
Zwijg over Lava, zegt de man.
Maar, zegt de barman.
Zwijg daarover, zegt de man.
Oké, oké, ik zwijg er al over, zegt de barman.
De man zucht.
Het gaat toch niet echt goed, zo te horen, zegt de barman.
De man zegt niets. Hij zucht.
Het gaat niet echt goed, zo te horen, zegt de barman.
Ken je Miranda, zegt de man. Hij zucht weer.
Miranda, zegt de barman.
Ja, Miranda, zegt de man.
Die knappe, zegt de barman.
De man knikt.
Die met haar lange zwarte haren, zegt de barman.
De man knikt.
De vriendin van Boris, zegt de barman.
De ex-vriendin van Boris, zegt de man. De éx-vriendin.
Die ken ik, ja, zegt de barman.
Weet je hoe Miranda nóg heet, vraagt de man. Ken je haar achternaam?
Neen, die ken ik niet, zegt de barman.
Echt niet, zegt de man.
Echt niet, zegt de barman.
Heb je haar telefoonnummer, vraagt de man.
Neen, dat heb ik niet, zegt de barman.
Echt niet, zegt de man.
Echt niet, zegt de barman.
Spijtig, zegt de man.
Waarom, vraagt de barman.
Spijtig, zegt de man.
Waarom, vraagt de barman.
De man zegt niets. Hij zucht.
Waarom, vraagt de barman nog eens.
Ze heeft me haar telefoonnummer gegeven, maar ik denk dat ik het verkeerd heb genoteerd. Ik krijg altijd een ouwe man aan de lijn als ik dat nummer draai.
Je was misschien een beetje dronken toen je het nummer noteerde, zegt de barman.
Een beetje, zegt de man. Een beetje? Ik was loederzat, zegt hij. Loederzat was ik. Loederzat.
Loederzat, zegt de barman. Lóéderzat?
Loederzat, zegt de man.
Lóéderzat, zegt de barman.
Ja, loederzat, zegt de man. Loederzat.
Dus, Miranda heeft je haar telefoonnummer gegeven en jij hebt het verkeerd opgeschreven, zegt de barman.
Ik en mijn  administratie, zegt de man. Ik en mijn administratie. Dat is altijd al een ramp geweest en dat zal wel altijd een ramp zijn. Iedere keer dat ik dat nummer bel, krijg ik een oude man aan de lijn.
Misschien zie je haar nooit meer, zegt de barman.
Dat denk ik niet, zegt de man.
Dat was ook maar een grapje, zegt de barman.
Ze weet waar ik woon, zegt de man.
Dat was maar een grapje, zegt de barman nog eens.
Ze weet waar ik woon, zegt de man.
Ze zal wel langskomen, zegt de barman.
Ze weet waar ik woon, zegt de man.
Ze zal binnenkort wel langskomen, zegt de barman.
De man zucht.
Geduld, zegt de barman.
Geduld, zegt de man. Hij drinkt van zijn whisky.
Geduld, zegt de barman.
Een jonge kerel komt het café binnen en zet zich aan de toog, bij de man.
Dag Raf, zegt de jonge kerel.
Dag Pieter, zegt de man.
Dag Arno, zegt de jonge kerel.
Dag Pieter, zegt de barman.
En, hoe is het hier, vraagt de jonge kerel.
Hier is alles prima, zegt de barman.
En met jou, Raf, vraagt de jonge kerel aan de man.
Gaat wel, zegt de man.
Niet al te best, zo te horen, zegt de jonge kerel.
Gaat wel, zegt de man. Hij zucht.
Wat scheelt er, vraagt de jonge kerel.
Wat er scheelt? Niets, zegt de man. Hij zucht weer.
Je gaat me toch niet wijsmaken dat er niets scheelt, zegt de jonge kerel.
De man zegt niets. Hij zucht.
Die knappe Miranda heeft hem haar telefoonnummer gegeven en hij heeft het verkeerd opgeschreven, zegt de barman.
Toch niet die Miranda met dat lange zwarte haar, zegt de jonge kerel.
Ja, die, zegt de barman.
Wauw, Miranda, zegt de jonge kerel.
Ja, die, zegt de barman.
De vriendin van Boris, zegt de jonge kerel.
De ex-vriendin van Boris, zegt de man. De éx-vriendin. Dat is al lang voorbij. Tussen die twee.
En tussen jou en Lava ook, heb ik gehoord, zegt de jonge kerel.
Zwijg daarover, zegt de man.
Ik zou me ook niet goed voelen als Lava me in de steek zou laten, zegt de jonge kerel. Ik zou me helemaal niet goed voelen als Lava me zou dumpen.
Zwijg daarover, zegt de man.
Ik, zegt de jonge kerel.
Zwijg daarover, zegt de man.
Wat drink je Pieter, vraagt de barman aan de jonge kerel.
Een cola voor mij, Arno, zegt de jonge kerel. En geef Raf ook iets.
Wat drink jij, Raf, vraagt de barman aan de man.
Nog een whisky voor mij, zegt de man. Als Pieter dat kan betalen, zegt hij.
Een whisky en een cola, zegt de jonge kerel tegen de barman.
De barman schenkt de cola en de whisky uit en zet de glazen voor het tweetal neer.
De man zucht. Hij staart voor zich uit.
Kop op, Raf, zegt de barman.
De man zucht weer.
Kop op, zegt de barman.
Weet jij hoe die Miranda nog heet, vraagt de man aan de jonge kerel.
Neen, dat weet ik niet, zegt de jonge kerel.
Spijtig, zegt de man. Hij zucht.
Waarom wil je dat weten, vraagt de jonge kerel.
Spijtig, zegt de man.
Waarom wil je dat dan weten, vraagt de jonge kerel.
Als ik haar achternaam weet, kan ik haar telefoonnummer opzoeken in de gids, zegt de man.
Het spijt me, zegt de jonge kerel. Ik weet niet hoe Miranda nog heet.
Ze weet gelukkig waar ik woon, zegt de man.
Ze weet waar je woont, zegt de jonge kerel. Ze weet waar je woont, maar dat wil nog niet zeggen dat ze je gaat komen opzoeken.
En waarom niet, vraagt de man.
Omdat ze misschien denkt dat je niets van haar wilt weten, zegt de jonge kerel.
En waarom zou ze dat denken, vraagt de man.
Omdat je haar niet belt, zegt de jonge kerel.
Daar heb ik nog niet aan gedacht, zegt de man.
Dat zou goed kunnen zijn dat ze zo redeneert, zegt de jonge kerel. Ik heb eens juist hetzelfde meegemaakt. Ik had toen het nummer verloren. Ik kon dat meisje toen ook niet bereiken. Ik heb haar nooit meer gezien.
Misschien heeft Pieter wel gelijk, zegt de barman.
Dat geloof ik niet, zegt de man.
Misschien heeft Pieter gelijk, zegt de barman.
Ze heeft je haar telefoonnummer gegeven, dus verwacht ze dat je belt, zegt de jonge kerel. En je kent de vrouwen, als je niets van je laat horen, haken ze af.
Ik en mijn administratie, zegt de man. Ik en mijn administratie. Dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo zijn, zegt hij. Hij zucht.
Dat komt wel in orde, zegt de barman.
Misschien komt er geen volgende keer, zegt de jonge kerel.
De man zucht.
Kop op, zegt de barman.
Misschien komt er nooit meer een volgende keer, zegt de jonge kerel.
Ik en mijn administratie, zegt de man. Hij zucht weer.
Kop op, zegt de barman. Dat komt allemaal in orde.
Ik en mijn administratie, zegt de man.
Dat komt allemaal wel in orde, zegt de barman.
Bij mij is het toen helemaal misgelopen, zegt de jonge kerel. Dat meisje dacht dat ik niet geïnteresseerd was en heeft nooit meer contact met me opgenomen.
Ik en mijn administratie, zegt de man.
En ze wist ook waar ik woonde, zegt de jonge kerel.
De man zucht.
Daar heb ik nooit meer iets van gehoord, zegt de jonge kerel.
De man zucht diep.
Dat meisje heb ik nooit meer teruggezien, zegt de jonge kerel.
Dat komt allemaal in orde, zegt de barman.
Daar ben ik toch niet zo zeker van, zegt de jonge kerel.
De man zucht nog eens.
Dat komt allemaal in orde, zegt de barman. Dat komt allemaal wel in orde, zegt hij.
Wie weet, zegt de jonge kerel. Ik ben er toch niet zo zeker van.
Wat drinken jullie nog van mij, zegt de barman.
Nog een cola voor mij, zegt de jonge kerel.
Hetzelfde voor mij, zegt de man. Hetzelfde voor mij. Hij drinkt zijn glas leeg, zucht en staart voor zich uit. Miranda, zegt hij. Miranda, zegt hij nog eens. Hij zucht diep.