MANGOD  
 

Madonna                        
 
Madonna. Ze heet Madonna. Ze zingt. Ze heet Madonna en ze zingt. Ze is mooi, Madonna. Ze is mooi. Ze is hemels mooi. Hemels mooi is ze. Nee, ze is goddelijk mooi. Goddelijk mooi is ze. Ze heet Madonna, ze zingt, en ze is goddelijk mooi. Madonna. Madonna.
Madonna. Zeven jaar geleden zag ik haar voor het eerst. Nog nooit had ik haar daarvoor gezien. Zeven lange jaren geleden zag ik haar voor het eerst. Een eeuwigheid geleden zag ik haar voor het eerst. Zeven jaar heb ik op haar gewacht. Een eeuwigheid heb ik op haar gewacht. Vijf weken geleden zag ik haar weer. Zeven lange jaren had ik op haar gewacht. Een eeuwigheid had ik op Madonna gewacht.
Ik dronk vier whisky's, die avond. Ik dronk vier whisky's. Ik dronk vier whisky's en toen durfde ik haar aan te spreken.
'Madonna, ik ben Madonna. Mijn ouders hebben mij Madonna gedoopt,' fluisterde ze toen ik haar naam vroeg. Maar ik geloofde haar gefluister niet.
Ze zong omdat haar idool ook zingt, fluisterde Madonna. Haar idool is Madonna.
'Mijn idool is Madonna,' fluisterde Madonna.
Haar idool is Madonna, fluisterde Madonna. Die avond. Vijf weken geleden. Ze hijgde lichtjes toen ze de naam van haar idool fluisterde. Ze hijgde lichtjes, Madonna. Ik gluurde naar haar borsten toen ze hijgde. Ik gluurde naar haar borsten en ook ík hijgde. Ze hijgde toen ze de naam van haar idool fluisterde. Ik verbeeldde me dat ze hijgde om wat ze voor haar zag staan. Ik verbeeldde me dat ze hijgde om mij. Ík, ik hijgde om haar. Ik hijgde om wat ik voor mij zag staan. Ik hijgde om Madonna.
Madonna. Die nacht nam ik haar. Ik nam haar ruw. Die nacht nam ik haar ruw. Nog nooit eerder nam ik een vrouw zo ruw. Ze hield ervan. Madonna hield ervan. Ze hijgde. Ze kreunde. Ze krijste. Ze hijgde, ze kreunde en ze krijste. Die nacht was het beest in mij meester. Madonna hield van het beest. Ze hield van het beest. Ze verslond het beest bijna. Ze was van mij, die nacht. Madonna was van mij, de hele nacht. Die nacht. Vijf weken geleden.
Madonna. Ze is niet gebleven. Die nacht. Ze heeft me alleen achtergelaten, die ochtend. Ze moest zingen. Ze moest zingen, de volgende avond, fluisterde ze.
'Ik moet zingen vanavond,' fluisterde Madonna. 'Ik moet zingen vanavond en daarvoor moet ik fris zijn,' fluisterde ze. 'Dat kan ik alleen als ik in mijn eigen bed slaap. Fris zijn,' fluisterde ze toen ze wegglipte, die ochtend. Die ochtend. Vijf weken geleden.
Madonna. Ze glipte uit mijn bed, die ochtend. Ze glipte uit mijn bed, uit mijn huis, uit mijn leven, uit mijn wereld. Die ochtend. Vijf weken geleden. Vijf lange weken geleden. En dat na een nacht waar ik zeven jaar op had gewacht. Na de nacht waar ik zeven lange jaren op had gewacht. De nacht waar ik een eeuwigheid op had gewacht.
Madonna. Ik heb haar sindsdien niet meer gezien. Na die nacht. Ik heb haar niet meer gezien. Ze is uit mijn leven verdwenen. Ze is verdwenen. Ze lijkt van de aardbodem verdwenen, Madonna. Ze is van de wereld verdwenen.
Madonna. Één nacht was ze mijn minnares. Één nacht was ze mijn godin. Één nacht was ze mijn minnares én mijn godin. Één nacht heeft ze het beest dat ik toen was bijna verslonden. Één nacht. Die nacht. Vijf weken geleden. Vijf lange weken geleden. En daar had ik zeven jaar op gewacht. Zeven jaar had ik op haar gewacht. Zeven lange jaren had ik op Madonna gewacht. Een eeuwigheid had ik op Madonna gewacht.
Madonna. Ik weet niet waar ze woont. Ik weet niet of ze in deze stad woont. Ik weet niet waar ze zingt. Ik weet niet óf ze zingt. Ik weet niet óf ze Madonna heet. Maar ik weet, ik weet, ik wil haar. Ik weet, ik weet, ik verlang naar haar. Maar verlang ík naar haar? Wil ík haar? Of wil het beest in mij haar? Verlangt het beest in mij naar haar? Wil het beest in mij weer verslonden worden? Zoals toen. Zoals toen die nacht. Die nacht, vijf weken geleden. Vijf lange weken geleden. De nacht waar ik zeven jaar op had gewacht. De nacht waar ik zeven lange jaren op had gewacht. De nacht waar ik een eeuwigheid op had gewacht.
Madonna heet ze. Madonna. Maar heet ze Madonna?
'Madonna, ik ben Madonna. Mijn ouders hebben mij Madonna gedoopt,' fluisterde ze. Maar, ik geloofde haar gefluister niet.
Madonna. Ze glipte in mijn bed, ze glipte uit mijn bed. Ze glipte in mijn leven, ze glipte uit mijn leven. Ze glipte in mijn wereld, ze glipte uit mijn wereld. Madonna. Ze glipte van de wereld.
Madonna. Ik blijf op haar wachten. Jaren wil ik op haar wachten. Zeven lange jaren wil ik op haar wachten. Mijn hele leven wil ik op haar blijven wachten. Een eeuwigheid blijf ik op haar wachten. Op haar. Op Madonna. Zij die zich Madonna noemde.
Madonna noemde ze zich. Madonna.
'Madonna, ik ben Madonna. Mijn ouders hebben me Madonna gedoopt,' fluisterde ze. Maar ik geloofde haar gefluister niet.
Madonna. Ze heet Madonna. Ze zingt. Ze heet Madonna en ze zingt. Ze is mooi. Ze is hemels mooi. Hemels mooi is ze. Nee, ze is goddelijk mooi. Goddelijk mooi is ze. Ze heet Madonna, ze zingt, en ze is goddelijk mooi. Madonna. Madonna.