MANGOD  
 


T-shirts
 
De twee kerels zitten in de trein. Het is een zwoele herfstavond. De twee kerels zitten alleen in het compartiment.
Ik heb te veel gedronken, in de stad, zegt de blonde kerel.
Ik heb me ook laten gaan, zegt de zwartharige kerel.
Ja, ik heb te veel gedronken, zegt de blonde kerel.
Ik ook, zegt de zwartharige kerel.
Veel te veel, zegt de blonde kerel.
Ik eigenlijk ook, zegt de zwartharige kerel.
Véél te veel, zegt de blonde kerel. Véél te veel.
Ik ook, zegt de zwartharige kerel. Ik ook.
Ach ja, zegt de blonde kerel. So what?
En, hoe gaat het met de zaken, zegt de zwartharige kerel.
Pf, blaast de blonde kerel.
Pf, blaast de zwartharige kerel. Hoezo pf?
Pf, blaast de blonde kerel.
Ik dacht dat die T-shirthandel boomde, zegt de zwartharige kerel.
Boomen, zegt de blonde kerel. Bóómen?
Ja, boomen, zegt de zwartharige kerel.
Dat dacht je maar, zegt de blonde kerel.
Ja, dat dacht ik, zegt de zwartharige kerel.
Dat dacht je maar, zegt de blonde kerel.
Dat dacht ik echt, zegt de zwartharige kerel.
De mensen hebben geen smaak, zegt de blonde kerel.
Geen smaak, zegt de zwartharige kerel. Geen smaak?
Geen smaak, zegt de blonde kerel. Helemaal geen smaak.
Ik dacht nochtans dat die T-shirthandel boomde, zegt de zwartharige kerel.
Geen smaak hebben de mensen, zegt de blonde kerel.
Ik dacht dat echt, zegt de zwartharige kerel. Dat die boomde.
Dat dacht je verkeerd, zegt de blonde kerel.
Ik meen dat je dat vorige keer zei, zegt de zwartharige kerel. Dat het zo goed ging met je handeltje.
Heb ík dat gezegd, zegt de blonde kerel.
Vorige keer zei je zoiets, ja, zegt de zwartharige kerel.
Dat heb ik toen heel waarschijnlijk niet zo bedoeld, zegt de blonde kerel.
Ik meen toch dat je zoiets zei, zegt de zwartharige kerel.
Dat heb je verkeerd gehoord, zegt de blonde kerel. Als ik de platte toer zou opgaan, dán zou ik misschien goed mijn boterham verdienen. Als ik de platte toer zou opgaan, zou ik waarschijnlijk niet te klagen hebben.
Hoe bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Als ik de platte toer zou opgaan, dan zou ik niet te klagen hebben, zegt de blonde kerel. Dan kwam ik financieel niets tekort.
Hoe bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Weet je waar de mensen van houden, zegt de blonde kerel.
Geen idee, zegt de zwartharige kerel.
Weet je waar de mensen van houden, zegt de blonde kerel. Weet je wat goed verkoopt?
Geen idee, zegt de zwartharige kerel.
Geen idee, zegt de blonde kerel. Heb je echt geen idee?
Geen idee, zegt de zwartharige kerel.
Heb je al eens rondgekeken, zegt de blonde kerel.
Hoe bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Heb je al eens goed rondgekeken, zegt de blonde kerel.
Ik heb geen idee waarover je het hebt, zegt de zwartharige kerel.
De trein vertraagt.
Je hebt geen idee waarover ik het heb, zegt de blonde kerel. Je hebt dus nog niet echt goed rondgekeken.
De trein stopt.
Ik heb écht geen idee waarover je het hebt, zegt de zwartharige kerel.
De blonde kerel schuift het open raam helemaal open.
Kijk eens goed rond, zegt de blonde kerel. Kijk nu eens goed rond. Voordat de trein terug vertrekt, zal je begrijpen wat ik bedoel.
Er is niet veel volk op het perron. Een paar mensen stappen op de trein, een paar mensen stappen af.
Kijk, zegt de blonde kerel. Hij veert op. Kijk daar, zegt hij en hij wijst naar buiten.
De zwartharige kerel kijkt in de richting die de blonde kerel aanwijst.
Wat valt daar te zien, zegt de zwartharige kerel.
Zie je dat dan niet, zegt de blonde kerel.
Wat valt er dan te zien, zegt de zwartharige kerel.
Dat T-shirt, zegt de blonde kerel. Dat T-shirt. Die dikke man daar met dat T-shirt rond zijn dikke lijf.
Waar, zegt de zwartharige kerel. Waar?
Daar, zegt de blonde kerel. Hij wijst naar buiten. Dáár, zegt hij. Hij gaat terug zitten.
Ik zie die man wel, maar wat is er mis met hem, zegt de zwartharige kerel.
Zie je dan niet wat op zijn T-shirt staat, zegt de blonde kerel.
Ik Ben Een, zegt de zwartharige kerel.
Zie je dat dan niet, zegt de blonde kerel.
Ik Ben Een Vettig Zwijn, zegt de zwartharige kerel.
Aha, je hebt het gezien, zegt de blonde kerel.
Ik Ben Een Vettig Zwijn, zegt de zwartharige kerel nog eens.
De trein komt weer op gang.
Dat bedoel ik nu, zegt de blonde kerel.
Wat bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Dat bedoel ik nu, zegt de blonde kerel. Ik Ben Een Vettig Zwijn. Slechte smaak. Platter dan plat. Kan het nog platter? Neen, het kan niet platter. Het kán niet platter. En wie draagtdat, een T-shirt met de tekst Ik Ben Een Vettig Zwijn erop? Wie draagt dat? Wie? Wíé?
Hoe bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Wie, wíé, zegt de blonde kerel.
Hoe bedoel je, zegt de zwartharige kerel.
Zou jíj dat doen, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Een T-shirt dragen met zo'n tekst, zegt de blonde kerel. Met de tekst Ik Ben Een Vettig Zwijn.
Niet bepaald mijn idee van een originele tekst voor een T-shirt, zegt de zwartharige kerel. Nogal plat.
Dát bedoel ik, zegt de blonde kerel.
Ieder het zijne, zegt de zwartharige kerel.
Dát bedoel ik nu, zegt de blonde kerel.
Ieder het zijne, zegt de zwartharige kerel. Ieder het zijne.
En wie draagt dat, zo'n T-shirt, zegt de blonde kerel. Wie draagt dat, zo'n T-shirt? Wie? Wie?
Wie, zegt de zwartharige kerel.
Wie, zegt de blonde kerel. Wíé? Van die mannen met een buik van hier tot in Tokio. Díé dragen zo'n T-shirt. Ik Ben Een Vettig Zwijn. Typisch. Typisch. Die hebben dan een buik van hier tot in Tokio. Van hier tot in Tokio. En dan dragen die ook nog zo'n T-shirt. Met zo'n debiele tekst erop. Ik Ben Een Vettig Zwijn. Hoe is het mogelijk?
Och, ieder het zijne, zegt de zwartharige kerel.
Slechte smaak, zegt de blonde kerel.
Ieder het zijne, zegt de zwartharige kerel.
Slechte smaak, zegt de blonde kerel. Platter dan plat.
Och, zegt de zwartharige kerel.
Ik heb afgelopen zomer op enkele festivals gestaan, zegt de blonde kerel. De T-shirts die ik daar heb verkocht, kun je op de vingers van twee handen tellen. Op de vingers van twee handen kun je die tellen.
Hoe verklaar je dat, zegt de zwartharige kerel.
Hoe ik dat verklaar, zegt de blonde kerel. Hoe ik dat verklaar? Ik zeg het toch al de hele tijd. Slechte smaak.
Slechte smaak, zegt de zwartharige kerel.
Slechte smaak, zegt de blonde kerel.
Misschien moet je wat origineler werken, zegt de zwartharige kerel.
Origineler, zegt de blonde kerel. Nóg origineler? Kan niet. Dat kan niet. Onmogelijk. Trouwens, de mensen willen niets origineels. Je hebt het toch net gezien. Ik Ben Een Vettig Zwijn. Je hebt het toch net gezien. Dat vettig zwijn met dat vettig T-shirt rond zijn vettig lijf. Je hebt het toch gezien.
Tja, goede smaak is iets anders, zegt de zwartharige kerel.
Aha, je bent dus akkoord, zegt de blonde kerel.
Goede smaak is iets anders, zegt de zwartharige kerel.
Je bent dus akkoord, zegt de blonde kerel.
Goede smaak is iets heel anders, zegt de zwartharige kerel.
Geen tien T-shirts heb ik deze zomer op die festivals verkocht, zegt de blonde kerel. Geen tíén T-shirts.
Pech, zegt de zwartharige kerel. Brute pech. Volgend jaar beter.
Weet je wat daar goed verkocht, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Weet je wat een knalhit was op die festivals, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Weet je wat bijna al die meisjes daar droegen, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Ongelooflijk, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Bijna al die meisjes droegen daar hetzelfde T-shirt, zegt de blonde kerel. Hij zucht. Een T-shirt met op de voorkant Tet Tet, zegt hij. Tet Tet. Hij zucht nog eens.
Tet Tet, zegt de zwartharige kerel.
Tet Tet, zegt de blonde kerel. Op de voorkant stond Tet Tet. En weet je wat op de achterkant stond?
Wat, zegt de zwartharige kerel.
Weet je wat op de achterkant stond, zegt de blonde kerel.
Wat, zegt de zwartharige kerel.
En op de achterkant stond Retteketet, zegt de blonde kerel. Tet Tet op de voorkant. En Retteketet op de achterkant. Tet Tet Retteketet. Die werden daar verkocht, deze zomer. Die T-shirts. Op die festivals. Die werden daar verkocht. Hij zucht. En die verkochten daar als zoete broodjes, zegt hij. Als zoete broodjes. Bijna al die meisjes daar liepen in zo'n T-shirt rond. Tet Tet Retteketet. Hoe is het mogelijk?
De zwartharige kerel glimlacht.
Vind je dat grappig, zegt de blonde kerel.
De zwartharige kerel blijft glimlachen.
Dat is toch helemaal niet grappig, zegt de blonde kerel. Tet Tet Retteketet.
De zwartharige kerel lacht.
Dat is toch niet grappig, zegt de blonde kerel. Dat is toch plat. Dat is toch platter dan plat. Tet Tet Retteketet.
De zwartharige kerel blijft lachen.
Is dat nu echt om te lachen, zegt de blonde kerel.
Ik vind dat eigenlijk wel grappig, ja, zegt de zwartharige kerel.
Kan het nog platter, zegt de blonde kerel.
Tet Tet Retteketet, zegt de zwartharige kerel.
Platter kán niet, zegt de blonde kerel.
Denk je dat, zegt de zwartharige kerel. Denk je dat echt?
Platter kan écht niet, zegt de blonde kerel.
Ik heb deze zomer een meisje gezien met de tekst Me Jane You Assholes op haar T-shirt, zegt de zwartharige kerel. Dat getuigt toch ook niet echt van goede smaak.
Dat is arrogantie, zegt de blonde kerel. Dat is iets anders. Dat is arrogantie. Maar Tet Tet Retteketet, dat is iets anders. Dat is plat. Dat is toch het platste van het platste. Platter kantoch écht niet.
Me Jane You Assholes vind ik ook niet mis, zegt de zwartharige kerel.
Dat is iets anders, zegt de blonde kerel. Daar hou je tenminste de assholes mee van je lijf.
Denk je dat, zegt de zwartharige kerel.
Daar ben ik zeker van, zegt de blonde kerel.
Me Jane You Assholes, zegt de zwartharige kerel.
Tet Tet Retteketet, zegt de blonde kerel.
De zwartharige kerel glimlacht.
Tet Tet Retteketet, zegt de blonde kerel nog eens. En dan zijn die meisjes verbaasd dat er jongens zijn die in die hun tepels nijpen en zo. Dat is er om vragen. Dat is er toch om vragen. Tet Tet Retteketet. Wie trekt nu zoiets aan? Wie kóópt zoiets? Wie koopt zóiets? Hoe is het in gods-naam toch mo-ge-lijk?
De trein vertraagt.
Tet Tet Retteketet, zegt de blonde kerel.
Me Jane You Assholes, zegt de zwartharige kerel.
De trein stopt. Er stapt niemand af. Een paar mensen stappen op. De deur van het compartiment waar de twee kerels zitten, gaat open en een schrale en een mollige jongen komen het compartiment binnen. De schrale jongen draagt een T-shirt met de tekst Ja Ik Ben Óók Geen Vunzig Varken. Zijn vriend draagt een T-shirt met de tekst Fuck Off Trut Ik Ben Aan Het Zuipen. De twee jongens gaan schuin tegenover de twee kerels zitten.
De blonde kerel kijkt de twee jongens een tijdje aan. Dan kijkt hij naar de zwartharige kerel. Hij zucht diep.
Zoals ik net zei, het gaat niet goed met de zaken, zegt hij tegen de zwartharige kerel. Het gaat helemaal niet goed.
Tet Tet Retteketet, zegt de zwartharige kerel zachtjes. Hij glimlacht. Tet Tet Retteketet, zegt hij nog eens. Iets luider.
Retteketet, zegt de blonde kerel. Hij zucht.
De trein rijdt verder.