| |

Tekst: Josse De Pauw
Spel: Wim Van Gansbeke
Josse De Pauw was in Victoria al gedurende twee seizoenen
'in residentie', zoals men dat pleegt te zeggen. In die
tijdspanne maakten we twee succesrijke voorstellingen met
hem: "Larf" en "üBUNG". Die laatste
voorstelling won de jaarlijkse Vlaams-Nederlandse theaterprijs
in 2001 en is internationaal nog steeds aan zwaar aan het
scoren. Nu hij een eigen stek heeft (Het Net, Brugge) kunnen
we hem weer als 'gast' benaderen en dit zouden we willen
doen voor een bijzonder project, nl. "Ghost writer/Schoon
Liegen".
"Ghost writer" is andermaal een Victoria-project
dat radicaal 'anders' tekst wil genereren die bestemd is
voor theatraal gebruik. Het basisidee bestaat er hier in
om een schrijver te koppelen aan een personage dat op een
specifieke manier te maken heeft (gehad) met de theaterpraktijk
- hetzij als maker, auteur, acteur dan wel als criticus.
De auteur is in dit geval schrijver/theatermaker, de speler
is ex-criticus. De bedoeling is uit deze confrontatie een
monoloog te creëren die voor het eerst zal worden gepresenteerd
eind oktober in Gent, Victoria.
De speler is de legendarische ex-criticus Wim Van Gansbeke.
Dit 'personage' heeft uiteraard zijn persoonlijk-autobiografisch
verhaal, welks als basis en uitgangspunt dient voor de te
schrijven fictieve tekst. Die tekst (van de hand van Josse
De Pauw) zal de vorm hebben van een gefictionaliseerde monoloog,
uitgesproken door Van Gansbeke zelf.
De Pauw en Van Gansbeke hebben een geheel eigen maar ergens
toch vergelijkbaar verhaal en hun parcours liep in de werkelijkheid
min of meer gelijk. Victoria is bijzonder geïnteresseerd
in hun opvattingen over kunst, theater en maatschappij:
ze hebben de rijpheid om terug te kunnen blikken - wat een
bijzondere eigenschap is in de context van de vluchtige
podiumkunsten -, maar ze zijn natuurlijk ook niet ongeïnteresseerd
in hun privé-leven.
Het Gentse gezelschap brachten hen met elkaar in contact
en vroegen hen om weliswaar rekening te houden met biografische
componenten, maar, het staat hen daarnaast eveneens vrij
om fictionele elementen te incorporeren.
De grens tussen fictie en documentaire wordt bijgevolg uiterst
dun, temeer omdat het personage de rol speelt als zichzelf
('Van Gansbeke' is 'Van Gansbeke'). De thrill voor de toeschouwer
is natuurlijk dat niemand precies weet waar de fictie begint
en waar de biografie eindigt - zoals het hoort eigenlijk,
want het einddoel is een consistente brok goed gecreëerde
monoloog.
|